Choline is een relatief onbekende voedingsstof en wordt soms tot de B-vitamines gerekend. Hoewel het lichaam zelf Choline kan aanmaken, is dit niet voor iedereen voldoende. In voeding vind je Choline in verschillende vormen.
- De vrije en wateroplosbare vormen worden via de dunne darm en lever in het lichaam gebruikt voor de aanmaak van celmembranen.
- Vetoplosbare vorm wordt via het lymfestelsel naar verschillende weefsel en organen (o.a. hersenen en placenta) vervoerd.
Wat doet Choline in het lichaam?
Choline is belangrijk voor je vetstofwisseling en derhalve voor veel verschillende functies in je lichaam:
- is nodig om vetten en cholesterol vanuit de lever af te voeren naar andere weefsels van het lichaam. Ofwel je vetstofwisseling.
- belangrijk voor het behoud van de structuur en stevigheid van celmembranen.
- speelt een rol bij de prikkeloverdracht in de hersenen. Dit is o.a. belangrijk voor het geheugen, de spieren en onze stemming.
- is betrokken bij je DNA-synthese
- Ondersteunt de ontwikkeling van een ongeboren kind. (aanleg en vorming van de hersenen en het zenuwstelsel)
- Choline speelt een belangrijke rol in je vetstofwisseling en dus ook bij het afvoeren van vetten uit de lever. Er is dan ook een verband tussen de inname van choline en leververvetting
Lage inname Choline vanuit voeding
Choline dienen we uit onze voeding binnen te krijgen. Choline vind je in zowel dierlijke als plantaardige voedingsmiddelen. Vooral vlees (lever), vis en eieren bevatten een hoog gehalte aan Choline. Plantaardige bronnen zijn kruisbloemige groenten (broccoli, spruitjes), peulvruchten, champignons, noten en in mindere mate volkoren granen. In verschillende landen bleek tussen 2016 en 2024 de inname van Choline veelal onder de adequate inname te liggen. De voornaamste bronnen van choline waren vlees en eieren. Doordat Choline vooral in dierlijke voedingsmiddelen zit, is het voor veganisten en vegetariërs die geen eieren eten belangrijk om goed op te letten dat zij voldoende choline binnenkrijgen.
Verhoogde Choline behoefte
In verschillende situaties is onze behoefte aan Choline verhoogd:
- Zwangerschap. Choline is nodig voor de groei en ontwikkeling van het ongeboren kind. Het is belangrijk voor de ontwikkeling van de neurale buis van de foetus, het functioneren van de placenta en het ondersteunen van de leverfunctie van moeder en kind. De adequate inname van choline is daarom vastgesteld op 480 milligram per dag voor zwangere vrouwen.
- Borstvoeding. Borstvoeding bevat een hoog gehalte aan Choline omdat een pasgeboren baby dit nog niet voldoende zelf kan aanmaken. De adequate inname is daarom 520 milligram per dag voor vrouwen die borstvoeden.
- Een tekort aan foliumzuur en/of vitamine B12. Foliumzuur en vitamine B12 zijn net als choline methyldonoren en zijn essentieel in het methyleringsproces van allerlei stoffen. Wanneer één van deze of beide wegvallen wordt choline de primaire methyldonor en heeft het lichaam hier meer van nodig.
- Postmenopauzale vrouwen. Oestrogeen kan het PEMT-gen in de lever aanzetten dat betrokken is bij de aanmaak van choline. Hierdoor hebben vrouwen in de premenopauze vaak een lagere behoefte aan choline tenzij er sprake is van polymorfisme van het PEMT-gen. Postmenopauzale vrouwen maken veel minder oestrogeen aan en lijken een hogere inname van choline nodig te hebben.